;
skip to Main Content

deel 19

Eindelijk schoolvakantie!

Daan en Lot hebben vakantie. De sportdag, als afsluiting, werd toch nog gezellig. Jordy en de andere kinderen zijn derde geworden bij de skateboardwedstrijd. Dat is best goed want er deden twaalf scholen mee.

c0fbiebdaanlotpaardenMam is druk. Er moet nog van alles gekocht en geregeld worden. Dit jaar gaan ze in een huisje. Vorig jaar hadden ze de caravan van tante Saskia geleend, maar dat was met moeder niet zo goed bevallen. Lot vindt vakantie heerlijk, dan hoeft ze niet zo vroeg uit bed en blijft ze lang slapen. Daan is wel altijd vroeg op, snel naar buiten, zeker als het mooi weer is.

Pap is over een paar dagen vrij en dan gaan ze met z’n allen naar Frankrijk. Met de auto en dat is een hele reis. Vorig jaar stopten ze wel vaak en dan gingen ze even wat eten en voetballen voordat ze weer verder reden. Dit jaar gaat het anders, heeft pap gezegd. In de ochtend heel vroeg als het nog donker is vertrekken ze. Dan kan iedereen nog verder slapen, behalve de chauffeur natuurlijk. Dan zijn ze als ze gaan ontbijten al een heel stuk op weg.

De camping waar het huisje staat is toch wel de hele dag rijden. Lot is allemaal leuke liedjes op haar mp3-speler aan het zetten. Mam koopt ook altijd vakantieboeken voor in de auto. Op naar Frankrijk! Wat een reis! Het ging allemaal wel goed, maar wat duurde dat lang! Pap en mam hebben net de sleutels van het huisje gekregen en nu zijn ze er echt bijna. Daan loopt meteen door alle ruimtes. Hij wil alles goed bekijken. “Deze kamer wil ik”, roept hij.

De kamer die Daan uitgekozen heeft is de grootste van het huisje. Mam lacht. “Zullen we eerst eens lekker wat gaan eten en dan kijken we wie waar slaapt?” Daan en Lot zijn al snel gewend aan de nieuwe omgeving. Ze weten precies waar alles is. De receptie, het zwembad, het speelveldje, de klimrekken, de kinderboerderij, de midgetgolf, de bowlingbaan en de snackbar. Ze lopen vaak samen rond en bekijken van alles. “Kijk maar uit dat jullie de weg terug nog weten”, zegt vader lachend.

Vanmorgen zijn Daan en Lot al vroeg op pad. Pap en mam willen uitslapen en Lot is vanmorgen ook vroeg wakker geworden. Ze open een keer helemaal de andere kant uit en komen bij weilanden uit. “Ach kijk, paarden”, wijst Lot en gaat er meteen naar toe. Er staan veel verschillende paarden bij elkaar. Iets verderop staat een merrie met een veulen. Lot wil ze allebei aaien. Daan loopt mee. De paarden zijn niet schuw en komen naar hun toe. “Lot ik moet plassen”, meldt Daan. “Doe dat maar tegen een boom of in de struiken”, antwoordt Lot.

Daan kijkt om zich heen. Er zijn nergens mensen te zien. Maar hij vindt het niet zo leuk zomaar ergens plassen. Lot is druk met de paarden. “Vooruit dan maar!”, denkt Daan en zoekt een dichte struik op, om daar te gaan plassen. Als Daan klaar is wil hij eigenlijk wel terug, hij heeft trek in ontbijt. Lot lust ook wel wat en ze besluiten terug naar het huisje te gaan. Maar welke kant was het nou op?

“Weet jij nog waar we heen moeten?”, vraagt Daan voorzichtig. Lot schudt haar hoofd. “Ik geloof die kant”, zegt ze stoer en begint te lopen. “Hier zie ik niets bekends”, piept Daan als ze al een tijdje gelopen hebben. “Heb je je mobiel bij je?”, vraagt Daan. Weer schudt Lot haar hoofd. Daan heeft een zwaar gevoel in z’n maag en het wordt ook steeds warmer. Waar moeten ze nou toch heen?

Dit bericht heeft 0 reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Back To Top