Wroemmm, daar gaan we. Momma zit achter het stuur. Sofie zit naast haar. Ze praten druk met elkaar. ‘Zo kan het niet’ en ‘Hij moet nog veel leren’. Hallo hallo, ik zit achter jullie. Ik hoor het wel hoor! De auto stopt midden in het centrum van de stad. Het is druk. Veel mensen en veel auto’s.

Dagboek Boris vierkantMomma en Sofie stappen uit. Ze lopen naar de achterklep van de auto. Ik zit er helemaal klaar voor. Mijn achterpoten duw ik al een beetje omhoog. Ik kan daarmee kracht zetten en snel de auto uit springen. Mijn kop leunt iets naar voren. Sofie zet haar vingers op het knopje om de klep te openen. Ik duik gelijk met mijn kop naar beneden om door de kleine spleet naar buiten te gaan. Maar dan… Niet te geloven! Sofie doet de klep weer dicht. “Maar zo doen we dat niet”, hoor ik haar weer zeggen.

Klep open, klep dicht, klep open, klep dicht. Zo gaat het even door. Ik ga dit niet winnen van de strenge Sofie. Het is vast de bedoeling dat ik stil blijf wachten tot Sofie zegt dat ik uit de auto mag. Als ik door de stad wil snuffelen zal het wel moeten. De klep gaat weer open Ik zit op mijn billen en kijk met mijn allerliefste blik naar Sofie. Het werkt. “Kom maar”, hoor ik haar zeggen.

Ik kijk om me heen en zie heel veel leuke dingen. Sofie heeft mijn riem vast. Momma strompelt er achteraan. Ik merk dat zij het ook allemaal wel spannend vindt. Zodra ik een boom zie, wil ik daar naar toe. “Hij moet even plassen”, zegt Sofie. Ik til mijn poot op en doe een hele grote plas. Zo lijkt Sofie alweer een beetje aardiger.

We komen langs een winkel. Er staan twee reclameborden. Het zijn van die borden die heen en weer klapperen als het waait. Sofie geeft eerst het ene en daarna het andere bord een gooi. Man man, wat een herrie. En een beetje raar is ze wel, die Sofie. Ik tik met mijn poot om mijn voorhoofd. Gelukkig, ze ziet het niet. “Hij is niet bang”, zegt Sofie. Ah woef, ze test me. Of ik wel een goede hulphond kan worden. Een hulphond mag natuurlijk niet bang zijn. Nou, laat dat maar aan Boris over.

Ik vertelde het eerder al. Ik eet alles. In de stad ligt er zoveel op de grond dat ik bijna niet kan kiezen. Sofie heeft me door. “Dat kan natuurlijk niet”, zegt Sofie. Help! Ik mag niets van de straat eten. Sofie loopt naar de overkant en gaat bij de bakker naar binnen. Ze komt terug met een papieren zakje in haar hand. Ze maakt het zakje open en pakt er een stukje brood uit. Lekker. Het kwijl loopt uit mijn mond.

Ze gooit het brood op de grond. Ik buig naar voren en voordat ik het weet, staat er een schoen op het brood. Na een paar keer merk ik dat het geen zin heeft. Iedere keer als ik het brood wil pakken, staat er een Sofie-schoen op. Pfffff. Ik blijf zitten en kijk naar Sofie. Ze lacht en geeft mij een stukje brood uit de zak. Dat doen we nog een keer en nog een keer. Het brood op de grond blijft liggen. Wow, misschien valt die Sofie toch wel mee.

Ik kijk achterom en zie dat Momma het bijna niet meer bij kan houden met lopen. Ze ziet er heel moe uit. Sofie vraagt of ze zal rijden, zodat Momma uit kan rusten. Momma vindt dat een goed idee. Sofie doet de achterklep van de auto open en ik wacht rustig tot ik de auto in mag. Sofie geeft me wat lekkers en heel veel kusjes. Ze is misschien streng, maar ook heel erg lief. En ik ben natuurlijk een supersnelle leerling.

High five,

Boris

 

Wil je de eerdere blog van Boris lezen? Klik hier.

Dit bericht heeft 0 reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *