;
skip to Main Content

Multiple Choice Quiz over Mantelzorg

Heb je dit hoofdstuk goed doorgelezen? Dan weet je nu vast heel veel over mantelzorg. Om te kijken hoeveel je weet, kun je hier de Multiple Choice Quiz doen. Beantwoord een paar vragen en kijk of je alle antwoorden goed hebt!

Hieronder staan vijf vragen, en bij iedere vraag kun je kiezen uit drie antwoorden. Voor ieder antwoord staat steeds een letter. De letters van de juiste antwoorden vul je in de vakjes in, die onder de laatste vraag staan.

Vraag 1: In een filmpje maak je kennis met Nikki, Viroen en Camar. Nikki is 21 jaar en zorgt voor haar vader met … Ze vertelt hoe dit voor haar was toen ze 13 jaar oud was, en hoe het nu gaat. Welke ziekte heeft de vader van Nikki?
(Tip: bekijk het filmpje)

h. Ziekte van Parkinson
z. Alzheimer
m. MS

Vraag 2: Waar komt het woord ‘mantelzorg’ vandaan?

u.
Door een verpleegkundige die mantels uitdeelde aan iedereen die het koud had.

e. Het woord is bedacht door een professor in de gezondheidszorg. Hij wilde hiermee zeggen dat mensen ‘onder de mantel der liefde’ voor elkaar zorgen.
a. Augustus Frederick d’Este (1794 – 1848) schrijft uitgebreid en heel gedetailleerd in zijn dagboek over zijn gezondheidsproblemen. Voor de zorg die hij krijgt, heeft hij dit woord verzonnen.

MantelzorgVraag 3: Hoeveel mantelzorgers zijn er? Als je 10 mensen op een rijtje zet, zijn .. van hen een mantelzorger.

l.
10

z. 2 of 3
n. 7

Vraag 4: Kun jij als mantelzorger hulp krijgen bij het mantelzorgen?

u. Helaas bestaan er nog geen hulplijnen of websites voor mantelzorgers.
e. Nee, als je voor iemand zorgt, dan kan niemand anders jou helpen.
z. Jazeker!

Vraag 5: Wat is een jonge mantelzorger?

o.
Een jonge mantelzorger is een kind of een jongere die opgroeit met en zorgt voor een chronisch zieke ouder, broertje of zusje.

w. Een jonge mantelzorger is een kind of een jongere die zorgt dat zijn kamer opgeruimd blijft.
s. Een jonge mantelzorger is een kind of een jongere die af en toe meehelpt in het huishouden, bijvoorbeeld met tafel dekken of de hond uitlaten.

Zet op papier de letters achter elkaar die horen bij de goede antwoorden. Begin met de letter van vraag 1, en eindig met de letter van vraag 5. Doe dit bijvoorbeeld net zoals hieronder staat.

Schermafbeelding 2017-03-27 om 10.41.55

Dit bericht heeft 0 reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Back To Top