Een ‘geneesmiddel’ is een ander woord voor ‘medicijn’. Een medicijn is een chemische stof die je lichaam helpt om beter te werken.

Een geneesmiddel hoeft niet altijd te genezen. De volgende middelen zijn officieel allemaal medicijnen:

Middelen die echt genezen

Voorbeeld: een antibioticum. Een infectie door bacteriën geneest door een antibioticum of ook wel antibiotica. Bij een infectie door een virus helpt antibiotica niet. Je krijgt dus geen antibiotica als je griep hebt (een virus) maar wel als je een oorontsteking hebt (een ontsteking door bacteriën).

Middelen die ervoor zorgen dat je een bepaalde ziekte niet krijgt

Voorbeeld: een anti-malaria middel. Door deze pilletjes te slikken word je niet ziek wanneer een malaria mug je prikt.

Middelen die helpen om een diagnose te stellen

Voorbeeld: een oogdruppel die door de oogarts tijdens het spreekuur wordt gebruikt. De oogarts kan zo zien of er iets met je oog aan de hand is. Door de oogdruppel kan hij er gemakkelijker achter komen wat je hebt.

Middelen die je lichaam helpen om goed te blijven werken

Voorbeeld: pilletjes die gebruikt worden bij een te hoge bloeddruk. Normaal gesproken zorgt je lichaam zelf dat dit allemaal goed geregeld is. Wanneer daar iets mis gaat, kunnen deze pilletjes je lichaam een handje helpen.

Wil je meer weten over medicijnen, lees dan hier verder.

Papa en mama kunnen meer over medicijnen en MS vinden op onze grote zus MSweb.

Dit bericht heeft 0 reacties

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.